Na drie maanden bij een bank gewerkt te hebben, treed hij (ondanks de 6 voor boekhouden op zijn eindexamenlijst) als
boekhouder in dienst bij de Bataafse Petroleummaatschappij. In 1922 is hij betrokken bij de oprichting van de Vereeniging
'Clubhuis te Werve'. Bij deze bedrijfsvereniging in Rijswijk blinkt hij uit in atletiek. Tijdens een internationale sportwedstrijd
ontmoet hij een Engels meisje, waarmee hij zich later verlooft. Deze verloving wordt verbroken wanneer blijkt dat ze zijn
liefde voor de bergen niet kan delen (zie 'Liefdesverdriet leidde tot landschapsgedicht...' op de pagina
Wetenswaardigheden). De liefde voor de bergen ontstaat tijdens een bergtocht met zijn voogd, dr. H.H. Kuyper, zoon van de staatsman Abraham
Kuyper.
Vitalist en dichter"Ik zelf las, schreef, droomde, at en dronk poëzie" zegt den Doolaard later,
terugkijkend op zijn jonge jaren. Begin jaren twintig ontmoet hij bij een lezing van Louis Couperus de acteur
Albert van Dalsum, met wie hij bevriend raakt. Deze moedigt hem aan zich op de literatuur te storten. Zijn eerste gepubliceerde gedicht, Credo,
verschijnt omstreeks 1921 in
Het Getij. Al snel volgen andere vitalistische gedichten in diverse literaire tijdschriften
en dichtbundels, altijd onder het pseudoniem A. den Doolaard. Met zijn boezemvriend
Jan Campert bezoekt hij in het weekend literaire geestverwanten uit de kring rond de tijdschriften
De Vrije Bladen en
De Gemeenschap:
Marsman,
Slauerhoff,
Werumeus Buning,
van Duinkerken,
Engelman en
Albert Kuyle.
Landloper en Balkanschrijver Na het lezen van het boek
De distels van Baragan van de Roemeense
schrijver Panaït Istrati neemt den Doolaard op 27 september 1928 in een opwelling ontslag, en slaagt erin in korte tijd een
klein kapitaal erdoor te jagen aan drank, een tweedehands Bugatti, pogingen een filmscenario gedraaid te krijgen en plezierreisjes
naar Parijs en Chamonix. Nadat hij een alcoholvergiftiging te boven is gekomen bedwingt hij ten koste van 9 bevroren vingers
op 23 februari 1930 de Mont Blanc voor de eerste keer. Hij ontmoet in deze periode de Parisienne Daisy Roulôt, met wie hij
in 1930 in het huwelijk treedt. Het huwelijk zal na een aantal jaren worden ontbonden.
Wanneer het geld op
is schrijft den Doolaard in korte tijd twee romans, die hij later als mislukt beschouwt. Tijdens een zwerftocht door Frankrijk
met zijn vroegere drinkkompaan, de kunsthandelaar en fotograaf
Fons Hellebrekers, verdient hij de kost als rozenenter, steenhouwer, druivenplukker, dorser en dokwerker. De hierbij opgedane ervaringen
verwerkt hij in verschillende romans. Zwerft weer verder door Europa, zijn geld verdienend als straatfotograaf, met een aantal
romans, reisreportages in het Handelsblad en het Volk, en in de wintermaanden het geven van lezingen in zijn vaderland. In
1932 ontmoet hij in Bulgarije Vantche Kerim, de latere moordenaar (
Marseille, 1934) van koning Alexander van Joegoslavie en minister Barthou van Frankrijk. In 1937 volgt een tweede huwelijk, met de veertien
jaar jongere Erie (Wampie) Meijer.
AntifascistTijdens een verblijf in Berlijn woont den Doolaard in 1931
bij toeval een nationaal-socialistische bijeenkomst bij, waar hij Goebbels en Hitler hoort spreken. Terug in Nederland wordt
hij uitgelachen wanneer hij verklaart de gevaarlijkste man van Europa te hebben gehoord. Bij zijn omzwervingen door Europa
en Noord Afrika komt hij steeds meer in aanraking met totalitaire regimes. Hij publiceert een aantal kritische artikelen over
de toegenomen onvrijheid in deze totalitaire landen, in 1937 gebundeld in
Het hakenkruis over Europa. Door deze en
andere fel anti-fascistische artikelen wordt hem de toegang tot een aantal landen (Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk en Italië)
ontzegd.
VluchtelingVanuit Vlaanderen, waar ze op het moment van de Duitse inval uit voorzorg verbleven,
vluchten den Doolaard en zijn vrouw Erie in mei en juni 1940 per fiets voor de Duitse legers uit naar het zuiden. Twee dagen
na de capitulatie staat de Feldgendarmerie al bij zijn moeder aan de deur om te informeren waar haar zoon zich bevindt. In
Parijs werkte hij bij de inderhaast in het leven geroepen radio-omroep Vrij Nederland, tot de val van Parijs in juni
1940 een verdere vlucht noodzakelijk maakt. Na bijna een jaar in Vichy-Frankrijk onderdak gevonden te hebben, lukt het ze
om via Spanje en Portugal Londen te bereiken. Daar aangekomen vindt Erie werk als secretaresse in dienst van His Majestys
Service en den Doolaard bij zeemansomroep De Brandaris. Samen voeren ze ook de eindredactie van het maandblad 'de Wervelwind',
dat door de RAF en later ook de USAF boven bezet gebied wordt verspreid.
RadiopresentatorTijdens de oorlog
is Den Doolaard een bekend redacteur en spreker voor de Londense
radiozenders De Brandaris en Radio-Oranje. Wanneer hem via
Jacques Gans vertrouwelijke kabinetsplannen onder ogen komen met plannen om in het na-oorlogse Nederland de parlementaire democratie tijdelijk
op te schorten, richt hij samen met Gans en onder andere
Henri Wiessing (zie ook
hier) en zijn Radio Oranje-collega
Loe de Jong het Comité van Actie tegen het Neo-Fascisme op. De betreffende regeringsplannen, vastgelegd in een Ontwerp-besluit en Uitvoerings-besluit
Tijdelijke Bestuursvoorziening, waren door de
bohémien en communist Gans ontvreemd uit het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het Comité van Actie tegen het Neo-Fascisme besluit hierop te reageren
met het openbaar maken van deze ondemocratische plannen, met een
beginselverklaring en een aantal manifesten. In een speciale zitting van het Londense kabinet wordt besloten tot strafmaatregelen tegen
de aanstichters van de onrust. Loe de Jong trekt daarop zijn handtekening terug, de rest houdt voet bij stuk. Den Doolaard
en een aantal anderen krijgen ontslag, maar al snel wordt dit ontslag door premier Gerbrandy weer ongedaan gemaakt.
Voor
zijn werk bij de radio bezoekt den Doolaard in februari 1945 het door de geallieerden
onder water gezette Walcheren. In de rang van eerste luitenant wordt hij na de bevrijding als verbindingsofficier gedetacheerd bij de Dienst Droogmaking
Walcheren. De gebeurtenissen aldaar zijn in romanvorm vastgelegd in
Het verjaagde water (1947).
Reizend reporterIn 1948 is den Doolaard als één der weinige Nederlanders in Praag getuige van de
communistische machtsovername. Wanneer dit de hoofdredacteur van
de Gelderlander, Louis Frequin ter ore komt, vraagt deze er verslag van te doen in zijn dagblad. Het is het begin van een jarenlange
samenwerking. Onderweg naar een correspondentschap in de VS ontmoet den Doolaard in 1949 aan boord van de Nieuw Amsterdam
de door hem zeer bewonderde Albert Schweitzer. Terug in Europa vat het gezin het plan op om zich blijvend in Joegoslavië te
vestigen, maar ziet hiervan af vanwege de toenemende onderdrukking van de vrije meningsuiting. Uiteindelijk vestigen ze zich
in 1954 in Hoenderloo. Wel blijft hij Joegoslavië vrijwel jaarlijks bezoeken, naast reizen naar onder ander de Verenigde Staten,
Griekenland, Thailand en India.
Ethisch idealistUit afkeer van de wedloop om steeds krachtiger massavernietigingswapens
te ontwikkelen is den Doolaard in 1962 betrokken bij de organisatie van de eerste anti-atoomdemonstratie in Amsterdam. Al
eerder had hij samen met de fotograaf
Cas Oorthuys de documentaire
De toekomst in uw handen geschreven om te wijzen op de gevaren van de kernbewapening voor de toekomst
van de mensheid. Het filosofische gedachtengoed van de arts, zendeling, organist, filosoof en schrijver
Albert Schweitzer, 'de eerbied voor het leven', spreekt hem erg aan.
Naast een aantal romans en, in samenwerking met zijn vriend
Cas Oorthuys, een aantal reisboeken, schrijft den Doolaard lange tijd artikelen en columns voor
de Gelderlander.
Als lid (sinds 1934) en later vice-voorzitter van de
internationale vereniging van schrijvers PEN zet hij zich ten volle in voor de verdedigers van het vrije woord in onvrije landen. In 1974 verschijnt over dit onderwerp
het boek
Pers en Persvrijheid. In 1980 verschijnt het pamflet
Londen en de zaak Van 't Sant, waarin den
Doolaard zijn visie op de persoon en het handelen van
Francois van 't Sant (voor en tijdens de tweede wereldoorlog vertrouweling van koningin Wilhelmina) in de zaak Van Vredenburch beschrijft.
Tot op hoge leeftijd blijft den Doolaard artikelen voor
NRC Handelsblad en, wanneer daartoe aanleiding was, ingezonden
brieven schrijven. In interviews toont hij zich nog altijd zeer betrokken bij de situatie in het uiteenvallende Joegoslavie.
Den Doolaard overlijdt op 26 juni 1994 in zijn slaap, en ligt begraven op het kerkhof van de Nederlands Hervormde
Heldringkerk in Hoenderloo.